Inventarisatie Steenuil 2010, in de gemeente Losser

Deze site is voor het laatst bijgewerkt op 30-08-2010 B

e

In 2005 is voor de eerste keer de gehele gemeente Losser geïnventariseerd op het voorkomen van de Steenuil. Tijdens deze inventarisatie ronde in een gebied van bijna 100 vierkante kilometer werden door de leden van de Vogelwerkgroep Losser 83 locaties geteld met Steenuilen.

Deze megaklus wordt iedere vijf jaar herhaald en dus nu , in 2010, voor de tweede keer uitgevoerd.

Klik hier voor een overzichtskaart met de locaties van Steenuilen (tussenstand, status: 26-02-2010)

Het jaar 2010 bleek een geslaagd steenuilenjaar in Losser. In onderstaande tekst worden de resultaten van de inventarisatie en de nestkastcontroles toegelicht.

 

Foto: karakteristieke pose van een steenuil op een kippenschuurtje (foto Martin Bonte)

 

101 broedparen vastgesteld

Tijdens de inventarisatie tussen medio februari en medio april zijn 101 broedparen vastgesteld binnen de gemeente Losser. Op een bruto oppervlak van 99,6 km2 (inclusief voor de steenuil ongeschikte gebieden als bebouwde kommen en bossen) betekent dit een gemiddelde dichtheid van ongeveer 1 paartje per km2 binnen de gemeente. Op deze kaart zijn de dichtheden per vierkante kilometer te zien.  

Rond Overdinkel worden dichtheden gehaald van 4 tot 7 paartjes per vierkante kilometer. Dergelijke dichtheden behoren tot de hoogste in Nederland. Ook de omgeving rond Losser en Beuningen zijn prima steenuilgebieden. In 2005 werden er tijdens de inventarisatie 83 broedparen vastgesteld. De toename van 18 paartjes kan enerzijds worden verklaard uit een intensievere inventarisatie van enkele deelgebieden, maar is zeker ook het gevolg van het ophangen van vele nestkasten voor de steenuil door de vogelwerkgroep. Onderstaande grafiek toont de toename van het aantal steenuilnestkasten van de vogelwerkgroep.

 

 

Foto: twee nestkasten die direct het eerste jaar al succesvol waren

 

31 broedsels in nestkasten

In totaal werden er 31 broedsels vastgesteld in nestkasten van de vogelwerkgroep. Dit betekent dat iets meer dan een kwart van de nestkasten bezet was. Van de 31 broedsels waren er 25 succesvol. De 25 succesvolle broedsels brachten 98 jonge steenuilen voort. In 2009 waren dat er 63 uit 19 succesvolle broedsels. Opnieuw een vooruitgang dus. Het aantal eieren bedroeg in 2010 gemiddeld 4,0 per broedsel (mislukte broedsels meegerekend). Overigens bevonden 5 van de broedsels in nestkasten zich buiten de gemeente Losser (2x Lonneker, 2x Denekamp en 1x Mander).

Onderstaande grafieken tonen achtereenvolgens:

 

 

 

 

Dat steenuilen graag gebruik maken van nestkasten bleek dit jaar wel weer uit het feit dat enkele in het voorjaar van 2010 geplaatste nestkasten meteen al bezet waren. In De Lutte werd op 31 maart een nestkast opgehangen in een veldschuur; op 29 mei konden in de kast al 4 grote jongen worden geringd.

 

Foto: kast in veldschuur; geplaatst op 31 maart 2010 en direct succesvol

Hoewel het plaatsen van nestkasten zeer succesvol blijkt te zijn, kan op basis van de nestkastcontroles wel worden vastgesteld dat ongeveer 75% van de Losserse steenuilen nog steeds in natuurlijke nestplaatsen broedt. Naar verwachting broeden de meeste uiltjes nog ‘gewoon’ onder daken van oudere schuren of veestallen. In Beuningen had een paartje steenuilen een nestplaats gevonden in een meer dan 100 jaar oude notenboom.

 

Terugmeldingen uit ringgegevens: Holtense steenuil trekt naar Lonneker

Jonge steenuilen worden geringd om gegevens te verzamelen over hun leeftijd, doodsoorzaken en trekgedrag. De eerste jonge steenuiltjes konden dit voorjaar al geringd worden op 20 mei.

Foto: de eerste jonge steenuiltjes werden geringd op 20 mei

 

Bij de nestkastcontrole werd ook het vrouwtje aangetroffen in de kast. Op basis van het ringnummer kon worden vastgesteld dat het ging om een 2 jaar oude steenuil die als nestjong geringd was nabij Holten. De afstand die ze had afgelegd tussen geboorteplaats en haar nieuwe broedplaats in Lonneker bedroeg 33 km. Dat is, gezien het feit dat de meeste jonge steenuilen binnen circa 10 km van hun geboorteplaats een nieuwe plek vinden, een behoorlijke afstand. De steenuil had in Lonneker een mooie plek gevonden op een boerenerf met een oude, door schapen begraasde boomgaard.

 

Foto: het twee jaar oude vrouwtje uit Holten

 

Foto: uiltje in de boomgaard (foto Martin Bonte)

 

Ook in enkele andere nestkasten werden vrouwtjes met ring teruggevonden. Zo werd een in Weerselo als nestjong geringde steenuil (2009) teruggevonden in een nestkast in Losser (afstand 10 km) en een in Reutum geringde uil (2009, nestjong) werd met drie jongen teruggevonden in een nestkast in Beuningen (afstand 9 km).

Een minder vrolijke terugmelding kwam uit Beuningen, waar een dode steenuil werd aangetroffen bij het schoonmaken van de schoorsteen. Het uiltje was in de schoorsteen naar beneden gevallen en terecht gekomen op het rooster boven de open haard in de huiskamer. Gelukkig was de open haard al een tijdje buiten gebruik, maar de steenuil kon zich geen weg meer naar boven vinden en kwam om van de honger. Het uiltje bleek in 2009 geringd te zijn als nestjong in De Lutte (afstand 6 km).

 

Geslaagd steenuilenjaar

Al met al kan 2010 als een zeer geslaagd steenuilenjaar worden beschouwd. De uiltjes zijn de strengere winter met veel sneeuw goed doorgekomen. Eens temeer een teken dat steenuilen een uitgebreid scala aan prooidieren hebben en niet alleen afhankelijk zijn van muizen, zoals de kerkuil dat wel is. In tijden van kou en sneeuw schakelt de steenuil relatief makkelijk over op andere prooisoorten. Uit de inventarisatie is gebleken dat de gemeente Losser nog steeds als een steenuilenbolwerk kan worden gezien. Niet alleen op regionale schaal, maar ook op landelijke schaal!

 

Friso Koop

Vogelwerkgroep Losser