Broedvogel Monitoring Project (BMP)

Voor dag en dauw met een kaart in de hand een gebied doorkruisen, met volle teugen genietend van de rust en het vogelconcert. In de loop van het seizoen raken de kaarten steeds voller en wordt het duidelijk welke soort het het goed of minder goed doet. Dat is in het kort de werkwijze bij het BMP. Over heel Nederland worden kleinere steekproefgebieden op broedvogels geteld en samen geven ze inzicht in de aantalsontwikkelingen van vooral algemene en schaarse vogelsoorten. Zeldzamere soorten zijn vaak minder goed in de steekproef vertegenwoordigd en worden met behulp van het Landelijk Soortonderzoek Broedvogels gevolgd. Speciale projecten, zoals de provinciale weidevogelmeetnetten, broedvogelmeetnet van de Zoete Rijkswateren van Rijkswaterstaat en de internationale broedvogeltellingen in de Waddenzee, vallen onder het BMP.

Het BMP kent vijf deelprojecten die ieder een eigen selectie van soorten afdekken

Stadsvogels hebben tegenwoordig hun eigen project: Het Meetnet Urbane Soorten (MUS).

 

Ligging van BMP proefvlakken in Nederland (2000-2007).
Nog gewenste proefvlakken
 

 

Hoe tellen
Het BMP werkt volgens een vaste methodiek die in een
handleiding wordt beschreven. Bij het BMP kunnen tellers kiezen voor inventarisatie in een proefvlak van Alle voorkomende broedvogelsoorten (A), Bijzondere soorten (B), Weide- of akkervogels (W), Roofvogels (R) of Enkele soorten (E). BMP Alle soorten is het meest geschikt voor beginnende tellers. BMP Enkele soorten is in 2009 van start gegaan. Specifieke instructies voor BMP E zijn opgenomen in een apart document evenals de Instructies Boerenzwaluw.
Uitgangspunt is het tellen van territoria. Zingende of anderszins broedverdachte vogels worden voor elk bezoek met
symbolen en afkortingen op een kaart ingetekend, die vervolgens per soort worden uitgewerkt. Het uiteindelijke aantal territoria wordt na afloop van het voorjaar volgens vaste regels bepaald. Het BMP is gebaat bij een lange adem: jaar in jaar uit hetzelfde gebied tellen is het devies. De grenzen van een telgebied zijn in het veld herkenbaar (wegen, sloten, bosranden, etc.) en veranderen later niet meer. Bij de bezoeken ligt de nadruk op de vroege ochtend, als de zangactiviteit het grootst is. In open agrarisch gebied en voor sommige roofvogels zijn ook bezoeken overdag zinvol. Het aantal bezoeken varieert naar soortgroep en vogelrijkdom van een gebied. Bij BMP A en BMP B gaat het om 7-12 bezoeken, bij de overige om 5-6 bezoeken. De bezoeken worden verdeeld over de periode februari-juli, kijk in de handleiding voor aanwijzingen.

Vogelrichtlijngebieden Natura2000
Monitoring in Vogelrichtlijngebieden (Natura2000) is een belangrijke doelstelling van het BMP. Het gaat in deze gebieden om negen soorten die onder het BMP vallen: Dodaars, Watersnip, Wespendief, Zwarte Specht, Boomleeuwerik, Blauwborst, Roodborsttapuit, Snor en Rietzanger. Van deze soorten willen we weten hoe het er mee staat in Vogelrichtlijngebieden. Als BMP A of BMP B niet haalbaar is kan gekozen worden voor BMP E, dat mede voor dit doel is opgezet. Een BMP-proefvlak beslaat meestal een deel van het Vogelrichtlijngebied.

Hoe meedoen
Kennis van de voorkomende vogelsoorten, hun geluiden en broedgedragingen is een belangrijke voorwaarde. De BMP-methode is vrij ingewikkeld, maar met enige oefening goed onder de knie te krijgen. Bij twijfel aan (vogel)kennis, bestaat de mogelijkheid eerst een jaar proef te draaien. Deelname heeft de meeste waarde wanneer in het gebied tenminste in twee jaren wordt geinventariseerd, maar hoe meer jaren hoe beter. Het veld- en bureauwerk moet geheel volgens de werkwijze, afspraken en criteria, zoals vermeld in de handleiding (uitgave 2004) worden uitgevoerd.
Keuze van het proefvlak is in principe vrij, maar raadpleeg
het wensenlijstje per provincie of vraag de landelijk co÷rdinator om advies. Tevens kan het handig zijn bij de lokale Vogelwerkgroep na te vragen waar zij al broedvogels tellen.
Meldt uw proefvlak aan voordat u met het veldwerk van start gaat, door het formulier
aanmelding proefvlak (AP) in te sturen plus een kaart van uw proefvlak met de precieze grenzen.
Tellen met meer personen kan motiverend zijn omdat de gegevens snel onderling uitgewisseld kunnen worden en ervaren vogelaars als vraagbaak kunnen fungeren. Kies een proefvlak zoveel mogelijk in een homogeen landschapstype en volg grenzen die in het veld duidelijk herkenbaar zijn. Bedenk dat soms toestemming nodig is van de eigenaar of beheerder. Geschikt kaartmateriaal is te krijgen bij de
topografische dienst of in de boekhandels. Voor BMP Bijzondere Soorten of Roofvogels en open agrarische landschappen volstaan 1:10.000 kaarten; voor de andere soortgroepen en landschappen zijn 1:5.000 kaarten of kleiner nodig. Gebruik steeds identieke veld- en soortkaarten en zet er een 100 m balk op. Reken voor BMP Alle soorten op ongeveer 60 kaarten per seizoen (10 bezoeken en 50 soorten).

Nadat alle waarnemingen van de veldkaart op een aparte kaart per soort zijn overgezet, worden alle waarnemingen volgens vaste regels tot territoria samengevat. Deze werkwijze vereist enige ervaring en wordt dan ook in de handleiding extra goed beschreven. Omcirkel de territoria met potlood, dat maakt correcties achteraf makkelijker.
Nieuwe BMP-ers moeten in het eerste jaar alle soortkaarten met de interpretatie erop inleveren, het formulier N (met het aantal waarnemingen per bezoek) en het telformulier. Die worden nagekeken en van opbouwend commentaar voorzien, waarmee tellers hun voordeel kunnen doen. In overleg worden de broedvogeltotalen vastgesteld. In volgende jaren kunnen gegevens ook via de computer
online ingevoerd worden. Inleverdatum van de gegevens is uiterlijk 1 oktober.

Co÷rdinatie
Joost van Bruggen (handleidingen, online invoer, formulieren, etc.).
Arend van Dijk (landelijke co÷rdinatie)

Rapportage
De resultaten van het BMP worden jaarlijks gepresenteerd in een
broedvogelverslag (pdf 4.454 kB). Dit rapport bespreekt de resultaten van alle broedvogeltellingen in Nederland in een bepaald jaar. Daarnaast zijn BMP-gegevens verwerkt bij de soortgegevens op deze site en wordt geregeld over het project gerapporteerd in Sovon-Nieuws.
Een
tabel met BMP-indexen is beschikbaar op deze site.

Ga naar online invoer van BMP
Ga naar
handleiding BMP
Rapportage:
Broedvogels in Nederland in 2006 (pdf 6.630 kB).
Nog gewenste proefvlakken
tabel met BMP-indexen tot en met 2007 (excel 206 kB)
soortenlijst met euringcode en bij het inventariseren gebruikte afkortingen (excel 43 kB)

Bron: SOVON