Ooievaar, Ciconia ciconia.   

    Hans Verhoeven, copyright  2008  

L. 100-115 cm - SW. 195-215 cm

De ooievaar is sinds de herintroductie in het begin van de zeventiger jaren in aantal behoorlijk toegenomen, maar het blijft een kwetsbare vogel. Waren er rond 1910 nog ruim 500 broedparen in Nederland, in 1973 was dit gezakt tot een absoluut dieptepunt van 4 broedparen. Op dit moment zijn er weer zo'n 1000 ooievaars in Nederland en sinds 1994 hebben we ook een broedpaar in Twente (na ruim 60 jaar !!).

Geschikte leefgebieden voor de ooievaar op basis van de grondwaterstand.

Bron: Camu en Bravenboer, Groningen, 1996.

Groen: zeer geschikt

Oranje/grijs: geschikt

Rood: Ooievaarsbuitenstations

Zwart: zelfstandige nesten met tenminste 2-5 jongen in de jaren 1997-1999

De ooievaar is helemaal gebouwd om te zweven ( het zijn wat het vliegen betreft luie vogels). En dat zweven kunnen ze dan ook als de beste. Wie een ooievaar eens in een thermiekbel, al cirkelend, omhoog heeft zien stijgen zal dat kunnen beamen. Twee keer per jaar trekken de ooievaars over een afstand van duizenden kilometers. In augustus vanuit West-Europa naar hun overwinteringgebieden, waar ze in november aankomen om vervolgens in januari weer aan de terugreis te beginnen, zodat half april de broedvogels weer op de nesten terugkeren

        Verspreidingsgebied van de ooievaar

Meestal arriveren de mannetjes als eerste op het nest, waar ze direct beginnen met het aanslepen van nieuw nestmateriaal. Dit wordt gewoon boven op het oude nest gelegd, zodat ooievaarsnesten in de loop der jaren behoorlijk kunnen groeien ( 1,5 m. hoog en een paar honderd kg. zwaar is na meerdere jaren geen uitzondering).

Als enige tijd later het vrouwtje arriveert, wordt er meestal direct gepaard, want de familie ooievaar zit op een strak tijdschema. Vanaf het tweede ei begint het broeden, dat 32 dagen duurt. Een ooievaar legt 1-7 eieren met een gemiddelde van 4. Beide ouders broeden en verzorgen de jongen. Dit betekent dat er, nadat de jongen uit het ei gekropen zijn, zo'n pond voer per jong per dag naar het nest gebracht moet worden. In het begin zijn dit vooral regenwormen en grote insecten, maar naar mate de jongen groter worden, wordt er overgeschakeld naar kleine zoogdieren zoals muizen, mollen, ratten en jonge konijnen. Ook heeft de ooievaar geen moeite met kikkers en eendenkuikens. Bij ons wordt zelfs regelmatig waargenomen dat de ouders een complete nageboorte van een Shetland pony naar het nest slepen.

Tussen de 35-ste en 42-ste dag kunnen de jonge vogels eventueel geringd worden. Dit tijdstip is gekozen omdat de vogels enerzijds de poten dik genoeg hebben voor de ring en anderzijds vertonen ze nog het verschijnsel akinesie, hetgeen betekent dat ze zich volledig roerloos houden op het moment dat er iets vreemds gebeurd in het nest. Na de zesde week beginnen de jongen met hun vliegoefeningen en zouden ze mogelijk in paniek over de nestrand kunnen springen als men probeert hen te ringen. Het zal vanaf het moment van ringen nog zo'n 3-4 weken duren eer de jongen voor de eerste keer het nest verlaten.

Rond half augustus begint de trek naar het zuiden, hetzij via de westelijke trekroute ( Gibraltar), hetzij via de oostelijke trekroute ( Bosporus ). Een ooievaar moet het hebben van de thermiek en die is er niet boven water, dus dat is de reden waarom de vogels de kortste oversteek kiezen. Sommige van de vogels die via Turkije gaan trekken helemaal door tot in Zuid-Afrika.

 Jan Wolters, copyright  2007                                              

Broedresultaten ooievaar  (Totaal van Nederland )

Jaar Broedparen Uitgevlogen jongen
     
2009 741 886
2008 686 1042
2007 606 962
2006 600 686
2005 522 844
2004 528 927
2003 437 606
2002 418 684
2001 401 584
2000 400 501
1999 392 631

Het achtergrondgeluid is afkomstig van de Elmar CD-rom "Vogels in Europa"  

Verspreidingskaart is afkomstig van "Vogels van Europa cd-rom" , ETI, Universiteit van Amsterdam  www.eti.uva.nl